woensdag 24 februari 2010

Schaatscoach zoekt ander baantje.

Als Sven Kramer is hij geboren.
Als Sven Kramer blijft hij bestaan.
Zijn hart zal voor altijd behoren,
Aan zijn schaatsen, het ijs en de baan.

Gisteren was ondergetekende vooraanstaand getuige van een debacle zonder weerga. Na het volgen van de weinig boeiende voetbalwedstrijd tussen Stuttgart en Barcelona achtte ik het aangewezen om de noorderburen, zij het door middel van het televisiemedium, een bezoekje te brengen. Tot mijn grote jolijt (u merkt het, mijn vocabularium wordt reeds Hollands) was net ene Sven Kramer aan het werk op de 10.000 m schaatsen. Olympische Spelen in Vancouver, weet u wel.

Nu is schaatsen niet meteen aan mij besteed. Mijn laatste “schaatsprestaatsie” voltrok zich op de ijspiste van het nochtans bijwijlen zonovergoten Gullegem, waar ik na één rondje (lees: een kwartier zwoegen en zweten aan de zijkant) de schaatsen aan de wilgen hing en de “oohs” en “aahs” vanuit de kantine liet weergalmen, vergezeld van op zijn minst één goudgele pretcilinder.

Toch bleef ik kijken, want Sven Kramer had een palmares om U tegen te zeggen en schaatsgek Holland was in de ban van deze 23-jarige Fries. Arroganter (nóg, hoor ik u denken) dan de gemiddelde Nederlander, zoals toen hij na zijn gouden medaille op de 5.000 m een Amerikaanse journaliste voor schut zette. Explosiever dan het vuurwerk uit Enschede, zoals toen hij zijn wereldrecord op de 5.000 m een tijd terug kwijtspeelde aan een zekere Fabris en daarbij als een wildeman tekeer ging. Maar vooral beter dan wie ook op de lange afstand, zoals toen hij een week later zijn wereldrecord opnieuw veroverde en dit nog steeds heeft, naast zijn wereldrecord op de 10.000 m.

Tom Boonen is klein bier (laat het ons Heineken noemen) in vergelijking met de populariteit van dit icoon, in zoverre zelfs dat zelfs Vlaamse studentes met de noorderzon richting de noorderburen op Erasmus gingen, om er hun idool live aan het werk te kunnen zien…

Om maar te zeggen, Sven Kramer moest en zou zijn favorietenrol in goud verzilveren en was ook aardig op weg. Ronde na ronde rondde hij zijn “dertigers” en later “eenendertigers” af naar beneden en de Zuid-Koreaan Lee Seung-Hoon, die op dat ogenblik eerste stond, lachte steeds meer een tikkie minder breed.

En toen ging het mis…

De coach van Kramer, Gerard Kemkers, begaf zich op wel heel glad ijs toen hij, tegen alle logica in, zijn pupil de verkeerde baan opstuurde. Terwijl schaatsers de binnen- en buitenbaan met elkaar dienen af te wisselen en deze wisseling (dixit Bart Veldkamp, nep-belg) even natuurlijk is als ademhalen, achtte zijn coach het nodig om hem erop te wijzen dat Kramer verkeerd bezig was, wat niet zo was. Zo ging niet alleen Sven Kramer wel héél kort door de bocht, want deze foutieve keuze leidde tot een logische diskwalificatie. Het is als de 100 meter spurt lopen, maar een binnenbaantje nemen.

Gokchinezen? Gokzuid-koreanen? Niets van dit alles, een blunder van jewelste van coach Kemkers. Het explosiegevaar en het impulsieve gedrag van Kramer indachtig, vreesde ik even voor de overlevingskansen van Kemkers. De coach zou van Kramer immers een rammeling van nou-heb-ik-jou-daar krijgen en dit zou wel eens fataal kunnen aflopen. Jahoor, zo heb je het, typerend voor de tijd van het jaar, over Friezen en dooien. Niettemin bleef de woede van Kramer binnen de perken, wat niet wegneemt dat heel het land van Maas, Waal en vooral Kramer in een avond van collectieve rouw was gehuld, reporter Mart Smeets nog in het bijzonder.

Hoe het nu verder moet? Sven Kramer pakt gewoon goud op de ploegenachtervolging en neemt over vier jaar revanche in Sotsji (Rusland). En Gerard Kemkers? Die coach zoekt na zijn scheve schaats best een ander “baantje”.

Rechtzetting: niet héél Nederland was de depressie nabij, want door de diskwalificatie van Kramer veroverde ene Bob De Jong alsnog de bronzen medaille. Het is voor één keer fijn om Bob te zijn.

Dimi

donderdag 4 februari 2010

De man van de match


Het valt niet mee om als Brugge-supporter het bed op te zoeken na een vroege nachtmerrie in Brussel, om toch slapeloos te blijven en daar dan weer wakker van te liggen. Ook het opstaan met een kater lijkt moeizamer te gaan dan anders, gezien Dafalgan zijn helende werking bij zoveel ellende verliest. Misschien helpt het schrijven van dit stukje wel…

3 februari 2010 werd door heel voetbalminnend België in de agenda met rood omcirkeld, niet in het minst door scheidsrechter van dienst Luc Wouters.

De uitgestelde topper tussen de nummers één en twee van België, door kenners ook wel Anderlecht en Brugge genoemd, stond immers op het menu en zowat iedereen was het erover eens dat blauwzwart een hapklare brok zou worden voor paarswit.

Anderlecht dreef op wolkjes, Brugge raakte in 2010 niet van de grond, zodat de thuisploeg met de pijp in de mond en de vingers in de neus zou winnen, hetgeen in combinatie met elkaar nu ook weer niet zo’n sinecure is.

De kranten tipten vooraf op wie de uitblinker van de avond zou worden. Bij Brugge zou dat eigenlijk enkel doelman Stijn Stijnen kunnen zijn, terwijl het bij Anderlecht gokken was op meer dan twee paarden tegelijk.

Zou het Legear worden, de man die sneller wegschiet dan zijn schaduw en, zij het tatoeage-gewijs, zeker nog niet aan het eind van zijn Latijn zit? Of werd het Boussoufa, de parel van het Astridpark, die tegen Brugge altijd groots is (meer informatie op eenvoudig verzoek te verkrijgen bij Birger “Bicky” M.)?

Kenners (en dus niet enkel “Gili” uit de Laatste Show) wisten wel beter. De man van de match zou ongetwijfeld Romelu Lukaku worden, het wat groot uitgevallen koorknaapje van Brussel, niet toevallig de Gouden Stier van de huidige competitie. Lukaku stak niet onder stoelen of schoolbanken dat hij in de vorm van zijn nog prille leven verkeerde en woensdagavond voldoende uitgerust zou zijn na slechts een halve dag school. De Didier Drogba-dubbelganger duelleerde dikwijls dusdanig, dat de defensie daarna dagenlang de depressie door drank doorspoelde. Als 16-jarige had hij bovendien zelfs al meer Europese ervaring dan zijn juffrouw Aardrijkskunde.

De voetbaltopper brak met het verleden en scheerde op korte noppen hoge toppen. Het matchverslag op zich is uiteraard voer voor de gespecialiseerde pers, waaronder ondergetekende niet wenst te ressorteren. Desalniettemin leek zelfs voor een leek het kantelmoment zich rond het uur te situeren. Brugge stond niet onverdiend op voorsprong en de frêle doch frivole Vargas was net in de ploeg gekomen voor de geblesseerde Dirar.

Na balverlies van Vargas en een min of meer mislukte, doch faire tackle was hét moment van scheidsrechter Luc Wouters aangebroken. Terwijl iedereen hoogstens een gele kaart verwachtte, was rood het veel te zware verdict voor een aangeslagen Vargas. Heel Brugge, met uitzondering van Dany Verlinden, greep zich naar de haren. Nu is het zo dat de toppers tussen blauwzwart en paarswit in het verleden meermaals ironisch genoeg rood waren getint. Zo herinner ik mij de terugkeer van Lorenzo Staelens naar Jan Breydel, waar hij, voor het eerst in een mauve shirt, nog vóór de rust naar huis mocht snorren. Of Birger Maertens, Glen De Boeck en Nenad Jestrovic die nog vóór het tijdperk-Witsel een voetbaltopper “schandaliseerden”. Of Karel Geraerts en Nicolas Frutos, die beiden betwistbaar vroeg de douche mochten opzoeken…

Niettemin was iedereen die, zelfs als is het maar een héél klein beetje, verstand van voetbal heeft (daar reken ik ook nipt onze bondsvoorzitter bij) het erover eens dat de beslissing van Luc Wouters veel te drastisch was en hét kantelmoment was in de wedstrijd. Uiteraard kon Brugge ook met z’n tienen hebben standgehouden. Uiteraard was de inbreng van Frutos een ongelooflijke meerwaarde. Uiteraard scoorde Boussoufa in de slotminuut een fenomenaal doelpunt.

Toch schreeuwt Brugge moord en brand om zoveel onrecht, en terecht. Het zou naïef zijn om deze rode kaart te linken aan omkoopschandalen uit het verleden. Het zou bovendien een wel heel opzichtige manier zijn om als man “in het zwart bij te verdienen”. Sinds de dreigende ballingschap naar een lagere klasse zijn scheidsrechters echter als de dood om een rode kaart te “vergeten”. De kat kwam op de koord toen ref Verbist de afschuwelijke tackle van Goreux op Mennes over het hoofd zag en daarvoor al te zwaar gestraft werd. Scheidsrechters als straf laten “zakken” naar tweede of derde klasse is al te gek voor woorden. Zal men Lukaku na zijn non-match van gisteren ook laten meespelen met de scholieren? Zal men Jef Vermassen na een mislukt pleidooi een weekje toga’s laten strijken? Het gevolg van deze verplichte bezinningsfase is immers dat scheidsrechters bij de minste twijfel het rood karton uit hun achterzak halen, want dan liever een lichte rode kaart dan er eentje over het hoofd te zien…

Hoe het ook zij, de kaarten zijn geschud (en getrokken), de strijd is gestreden. Spijtig voor de Brugge-supporter, die kampt met een maximalisatie van diens frustratie. Spijtig voor de neutrale voetbalsupporter, die na een uur vol spanning moest stoppen met duimen en vingers af te likken. Spijtig voor de Anderlecht-supporter, die zich uiteraard stoer houdt voor de buitenwereld, maar diep in dat purperen hartje best wel beseft dat Brugge niet alleen in de heenronde de betere ploeg was…

Een laatste woordje is nog gericht aan de man van de match. Beste heer Luc Wouters, het is niet mijn bedoeling om u in een slecht daglicht te plaatsen, maar dit was niet gebeurd als u was gebleven waar u als scheidsrechter hoort te staan. In de schaduw.

Dimi

woensdag 3 februari 2010

De 'Iniesta Generatie'

Toen ik dit weekend aan het wandelen was door enkele Spaanse sportsites, viel mijn oog op een opmerkelijke pagina-titel: 'La Generación Iniesta' of 'De Iniesta Generatie'.

Mensen die mij ietwat kennen weten dat ik reeds jaren trouwe aanhanger en zelfs gedurende enige tijd fiere 'Socio' ben geweest van 's werelds beste voetbalteam FC Barcelona. Menigeen is op de hoogte dat ik mij schaamteloos iedere wedstijd, na de tv met een sjaal getooid te hebben en gehuld in wedstrijdshirt, laat meedrijven op het frivole 'tici-taca'-voetbal, waarbij gezangen en wiekende armbewegingen niet geschuwd worden. Enkelen hebben van mij reeds urenlange passionele lofzangen aan het adres van Dani Alves moeten aanhoren, gevolgd door de verplichting om menig You-Tube fragmenten te aanschouwen, met als doel de twijfel om zoveel verheerlijking uit de ogen te laten verdwijnen.

Maar vooralsnog mocht het een goed bewaard geheim blijven dat de enige speler die mij steevast bij iedere baltoets tot opgehouden adem en vochtige ogen roert, 'El Blanquito' of op zijn Vlaams: 'de Witten van Barça', Andrés Iniesta is.

Met soortgelijke vreugde en erbij gepaard gaande spanning, die ieder kind op 6 december ondergaat wanneer het in zijn bed ligt te wachten tot het mag opstaan om te zien wat de Sint die nacht gebracht heeft, klik ik op het artikel. Tijdens de anderhalve seconde durende laadtijd, verwacht ik een artikel te vinden over de nieuwe generatie kleinere maar technisch superieure middenvelders, waarvan Steven Defour de Belgische vertegenwoordiger is, en die opnieuw hun plaats in het internationale voetbal lijken te veroveren, nadat in de jaren '90 en beginjaren 2000 steevast de fysiek sterkere en grotere spelers de voorkeur leken te krijgen. Andrés Iniesta kan hier ongetwijfeld tot de belangrijkste aanhangers van deze generatie gerekend worden, en blijft voor mij nog steeds, en ondanks zijn 5e plaats op de Fifa World Player of the Year, een van de meest onderschatte voetballers van het moment.

Tot mijn verbazing echter blijkt het artikel een geheel andere weg in te slaan. De materniteiten in Barcelona hebben momenteel een nijpend tekort aan beschikbare kamers. Het aantal geboortes de laatste dagen in de stad ligt namelijk 50% hoger dan het normale aantal in deze tijd van het jaar, terwijl in de rest van Spanje dergelijke cijfers niet waargenomen worden.

Het eigenaardige fenomeen kan echter eenvoudig verklaard worden: een goede 9 maanden geleden ging Barça op zondagavond Real Madrid voor eigen publiek met 2-6 vernederen en 3 dagen later wist Andrés Iniesta mijn sportmoment van 2009 tegen de netten te duwen, na een heerlijke loepzuivere trap in de bovenhoek van het Chelsea-doel in de allerlaatste minuut, waardoor Barcelona zich wist te plaatsen voor de Champions League Finale (zie foto). Hoewel de Chelsea-fans eveneens over onrecht zullen spreken bij het voor de geest halen van dezelfde wedstrijd in de omgekeerde richting, zat iedere Barça- (en neutrale voetbal-) fan met een nijpend gevoel dat de uitschakeling van Barcelona uit het toernooi, ondanks hun makke vertoning op het Londense veld, het voetbal groot onrecht zou aandoen. Bij de winnende gelijkmaker van Iniesta was de ontlading bij spelers en fans dan ook reusachtig, en blijkbaar hebben de fans in Barcelona zelf, dit nogal letterlijk genomen, zodat we negen maanden later officieel van een 'Iniesta-generatie' kunnen spreken. Opmerkelijk toch dat één speler, in een seconde van genialiteit en absolute beheersing van de bal, een ware babyboom kan teweeg brengen, zeker als je weet dat een soortgelijke studie in Duitsland ten tijde van het WK 2006 wist te constateren dat een dergelijk groot evenement geen noemenswaardige invloed had op het geboortecijfer.

Nu enkel hopen dat de baby's in kwestie een iets gezonder voorkomen hebben dan hun witgevelde generatie-naamgever, want hoe fantastisch de atleet in kwestie ook moge zijn, moest de huishamster 's morgens vanuit zijn kooitje een zelfde ziekelijke uitstraling hebben als een doorsnee verschijning van 'Don Andrés', zou zonder aarzelen de dierenarts op de hoogte gesteld worden om het lieve diertje zo snel mogelijk uit zijn gruwelijke lijden te komen verlossen. U weze alvast gewaarschuwd bij uw volgende trip naar de Catalaanse hoofdstad...

Olivier